Ik heb twee nieuwe tekeningen uit 1908, electronisch mogen ontvangen. Het betreft twee zeer mooie en gedetailleerde ontwerptekeningen van atelier Ramakers, getekend door Henri Ramakers (1851-1925), welke vervaardigd is voor de O.L.Vrouwekapel van de Thèrésecollege te Herve, Belgie. Deze stellen voor gedeelten van de lambrizering van het kapel. Atelier J.W. Ramakers heeft delen van deze lambrizering tentoonsgesteld bij de Internationale Tentoonstelling voor Kerkelijke Kunst in Den Bosch in 1909 en haalde met deze inzending de hoofdprijs. Naast de hoofdprijs behaalde Atelier J.W. Ramakers & Zonen Beeldhouwers te Geleen ook de gouden medaille voor haar inzending van een rijk gepolychromeerd beeld "Zetel der Wijsheid (sedes sapientiae)" voor de Liefdeszusters "Onder de Bogen" in Maastricht. Zie foto van het beeld.
Atelier J.W. Ramakers & Zonen Beeldhouwers te Geleen is een voor zijn tijd wereldberoemd atelier welke kerkelijke kunst fabriceerde vanaf 1851 tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland in 1940. Het bedrijf werd stilgelegd in 1941. Uitschrijving uit de KvK op 30 Juni 1948, bijna 97 jaar na de oprichting aan de Kerkstraat in Geleen in 1851.
maandag 27 november 2017
vrijdag 14 oktober 2016
Publicatie boek "Atelier Ramakers en zijn tijd" en update
Geachte lezers,
Momenteel ben ik druk bezig met het schrijven van het in eind 2017 (streefdatum) te publiceren boek over het atelier van mijn voorvaderen "Atelier J.W. Ramakers & Zonen Beeldhouwers en zijn tijd".
Dit boek gaat, zoals de titel al aangeeft, over het indertijd wereldberoemde atelier voor kerkelijke kunst J.W. Ramakers en Zonen Beeldhouwers te Geleen. Zij produceerden ambachtelijke maar ook fabrieksmatige kerkmeubelen welke over de hele wereld werden geëxporteerd. De kerkmeubelen bestonden uit altaren, communiebanken, preekstoelen, lambrizering, kerkbanken, heiligbeelden, heilig hart van Jezus monumenten, veldkruizen. Deze werden vervaardigd in hout, koper, marmer, verschillende steensoorten of gips.
Vanaf vóór 1820 tot aan uitschrijving in juni 1948 hebben vier generaties bijgedragen aan het beeldhouwersdynastie Ramakers. Daarmee is atelier Ramakers waarschijnlijk het langst bestaande beeldhouwersbedrijf uit de geschiedenis van Nederland. Naast de directe familieleden hebben vele Oud-Geleners en andere beeldhouwers, schrijnwerkers, koperslagers bijgedragen aan het succes van dit bedrijf. Een lijst met medewerkers zal gepubliceerd worden. Echter is de lijst niet compleet omdat er ook veel externen aan het werk waren voor het atelier. Beroemde kunstenaars hebben samengewerkt met atelier Ramakers waaronder de beeldhouwer Charles Vos en Belgische kunstenaar Alfons Daems. Deze lijst zal zo nauwkeurig mogelijk beschreven worden. Ook heeft Ramakers samengewerkt met bedrijven als Cuypers en Stolzenberg uit Roermond. Het atelier werkte veel samen met verschillende architecten zoals Johannes Kayser, Karl Weber, Petrus van Genk, Caspar Franssen enzovoorts.
Aan bod komt hoe het bedrijf heeft kunnen groeien. Welke omstandigheden lagen ten grondslag dat atelier Ramakers ondanks de hevige concurrentie heeft kunnen uitgroeien tot het op één na grootste beeldhouwers bedrijf van het zuiden van het land.
Het bedrijf overleefde meerdere generaties van stijlen. Johannes Henricus Ramakers (1797-1874) was gebonden aan de barokke-stijl, terwijl door zijn zonen Jan Willem Ramakers (1820-1887) en zijn broers hoofdzakelijke neogotische kerkmeubelen geproduceerd werden. De volgende generatie, de zonen van Jan Willem Ramakers, J.H. Ramakers (1851-1925) en P.M. Ramakers (1860-1912) werkten ook hoofdzakelijk in de neogotische stijl. Maar ook werden kerkelijke meubels vervaardigd in het oudere barokkestijl en neo-romaanse stijl. De laatste generatie beeldhouwer Louis Ramakers (1900-1982) ontwierp en vervaardigd naast neogotische kerkmeubelen ook meubelen in Art-Deco. Deze verschillende stijlen zullen uitgebreid beschreven worden.
In het boek verschijnt een catagorische lijst met geleverde werken. Deze werken zullen uitgebreid beschreven worden en zal zoveel mogelijk begeleid worden met fotos. Ook zijn er vele ontwerptekening bewaard gebleven die ook in het zullen in het boek verschijnen.
Het was niet alleen 'koek en ei' bij de familie Ramakers maar er was ook tragedie welke opdrachten vertraagden en tijden van minder opdrachten waren er ook. Hier wordt ook openhartig uit de doeken gedaan. Al met al een boek waar niet alleen de werken gecategoriseerd wordt maar ook de achtergrondverhalen en de context waarin het bedrijf geplaatst moet worden.
Het boek zal uitgegeven worden door uitgeverij SCHUG (Stichting Cultuur-Historische Uitgeverij Geleen) uit Geleen. Zie hiervoor www.schuggeleen.nl met de link: http://schuggeleen.nl/publicaties/voorgenomen-publicaties
In het kader van dit project ben ik nog op zoek naar gegevens en informatie. Betreffende de lijst met geleverd werken welke telkens aangevuld wordt met behulp van internet, kerkelijke instellingen, bouwkundige instellingen van bisdommen, kunsthistorici en nationale en internationale instellingen van cultureel erfgoed is er een 'nieuwe bron' van informatie aangeboord: de kleinkinderen en achterkleinkinderen Joannes Henricus (Henri) Ramakers (1851-1925). Van hen hoop ik nieuwe informatie te krijgen over de familie Ramakers
vrijdag 19 augustus 2016
Tekeningen en bibliotheek van atelier Ramakers
Geachte lezer,
In augustus 2015 ben ik in het gelukkige bezit gekomen van 180 ontwerptekeningen en 30 boeken uit het voormalige atelier Ramakers.
Hierbij doe ik ook een oproep aan lezers van deze blog dat indien zij mensen kennen die tekeningen, objecten en of boeken bezitten uit het voormalige atelier J.W. Ramakers & Zonen Beeldhouwers, Geleen, in contact te treden met mij.
Zou Judith Wijtenburg haar email bij mij achter willen laten?
Dank u
De beheerder
In augustus 2015 ben ik in het gelukkige bezit gekomen van 180 ontwerptekeningen en 30 boeken uit het voormalige atelier Ramakers.
Hierbij doe ik ook een oproep aan lezers van deze blog dat indien zij mensen kennen die tekeningen, objecten en of boeken bezitten uit het voormalige atelier J.W. Ramakers & Zonen Beeldhouwers, Geleen, in contact te treden met mij.
Zou Judith Wijtenburg haar email bij mij achter willen laten?
Dank u
De beheerder
maandag 21 juli 2014
Oprichter Jan Willem Ramakers, Beeldhouwer en zijn oeuvre (1851-1887)
Deel II 1860-1870
Opmerking van de
auteur
De keuze van 1851 tot 1888 is vanwege de
aanvang van beeldhouwactiviteiten aan de Leurstraat in Geleen in September 1851
en 1887 omdat op 25 maart 1887 de oprichter Jan Willem Ramakers overleed. Op
deze manier kunnen we de hele oeuvre (zover bekend) behandelen van Jan Willem.
Om het artikel leesbaar te houden wordt dit artikel verdeeld in een aantal
delen. Informatie over Jan Willem kunt u lezen in eerder gepubliceerde
artikelen. Na het overlijden van Jan Willem zetten zijn zonen Henri en Mathieu
de zaak voort. Dit wordt beschreven in een volgend artikel. Na hun overlijden
in 1912 (Mathieu) en 1925 (Henri) wordt de zaak voortgezet door Louis, de
laatste telg van het vier generaties durende beeldhouwersgeslacht.
Inleiding
Een chronologische lijst met kerkmeubilair
en andere afgeleverde kunst en meubelstukken werken bestaat er niet, wat het
vaststellen van een oeuvrelijst onmogelijk maakt. Dit is mede doordat
instellingen gingen documenteren vanaf 1850.
Hiervoor werd er nauwelijks gedocumenteerd. Tevens werden er werken van
atelier Ramakers nauwelijks gesigneerd.
Dit houdt in dat er in archieven van
kerken en kloosters gezocht moest worden. Deze instellingen hebben inmiddels
voor een groot deel hun archieven verplaatst naar gecentraliseerde archieven.
Dat wil zeggen dat gespecialiseerde, min of meer commerciele instellingen deze
archieven onderhouden en beheren.
Echter een J.W. Ramakers & Zonen
Beeldhouwers archief is er wél ooit geweest. Bij de ontruiming van het pand bij
de verkoop in 1961 is 95% van het archief verloren gegaan. Indertijd was er blijkbaar
geen belangstelling van het gemeente archief van Geleen. Maar hierover wijd ik later
een apart artikel aan.
Beeldhouwers/schrijnwerkers
De volgende beeldhouwers/schrijnwerkers hebben tussen 1860 en 1870 in atelier Ramakers gewerkt:
Volkstelling van 1864:
Naam Geboorte datum Geboorte plaats
Baggen, Jan Antoon 04-02-1837 Geleen
Dohmen, Jan 01-09-1811 ?
Sommens, Jan Lambert 15-12-1828 Geleen
Erkens, Jan 01-10-1840 Geleen
Lemmens, Jan Martijn 05-03-1826 Geleen
Ianess, Jan Egidius 12-10-1799 Heerlen
Ianess, Jan Hendrik Willem 20-08-1834 Heerlen
Bron: Bevolkingsregister EHC Sittard-Geleen
Oeuvrelijst (zover bekend)
1861, Bunde,
Agneskerk, reparatiewerkzaamheden
1862, Geleen,
Marcellinus en Petruskerk, 25 november , met de hulpkerk de meubels uitgenomen em
in de nieuwe kerk geplaatst door mij, Ramakers en Meys. Gewerkt 6 dagen.
1862, Marcellinus
en Petruskerk, juli, de vensters van mergel gemaakt voor de kerk in Geleen á 30
francs het stuk. 29 ramen zijn voor in de toren en voor boven de deuren van de
sacristie
1863, Nijmegen,
Petrus Canisius beeld. Volgens Dr. Lidwien Schiphorst was het Atelier J.W.
Ramakers te Geleen, dat in Nederland het eerste beeld van Petrus Canisius
maakte (1863/64). De auteur benadrukt echter dat het Ramakers was die voorop
liep met onderzoek naar en uitbeelding van 'nieuwe heiligen'.
1863, Indonesie,
Java, 12 H. Hartbeelden voor de parochiekerken daar.
1864, Geleen, Marcellinus
en Petruskerk, september, geleverd twee kerkbanken op de koor, Geleen, 85 francs
1864, Geleen, Marcellinus
en Petruskerk, november, geleverd portaal in de kerk, 126 francs.
1865, Geleen, Marcellinus
en Petruskerk, october, twee zijaltaren in de kerk voor 1.400 francs.
1867, Geleen, Marcellinus
en Petruskerk vernieuwd de kuip der preekstoel in de kerk Geleen met een nieuwe
voet
1868, Geleen, Marcellinus
en Petruskerk verandering van de trap en het afbreken van het hoofdaltaar in de
kerk Geleen
1868, Geleen, Marcellinus
en Petruskerk nieuw hoofdaltaar. Dit hoofdaltaar verdwijnt na de verbouwing
rond 1960 spoorloos
Bron: M.W.L. Ramakers die deze kerkarchieven onderzocht heeft.
donderdag 23 januari 2014
Schematisch overzicht beeldhouwers Ramakers 1798-1982
Johannes Henricus Ramakers 1798-1874
_________________________|______________________________
| | |
Jan Willem Ramakers 1820-1887 Jan Pieter Ramakers 1822-1900 Frans Hubert Ramakers 1828-1878
|________________________________
| |
Jan Hendrik Ramakers 1851- 1925 Petrus Mathias Ramakers 1860-1912 _______________________________|__________________
| |
Joannes Antonius Ramakers 1897-1918 Maria Wilhelmus Ludovicus Ramakers 1900-1982
Figuur 1, schematisch overzicht van 4 generaties beeldhouwers Ramakers
De onderstreepte namen waren eigenaars van de ateliers. Jan Hendrik (1851-1925) had geen zoon die de volwassen leeftijd bereikte, die hem kon opvolgen. Vroeger was het de gewoonte dat er geen vrouwen in het atelier werkten. Na het overlijden van Mathieu in 1912 leidde Jan Hendrik (Henri) het bedrijf tot diens overlijden in 1925. Antoine Ramakers (1897-1918) was de gedoodverfde opvolger. Hij was een zeer getalenteerde beeldhouwer en tekenaar. Antoine was net klaar met zijn studies aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Antwerpen en reeds werkzaam in het atelier toen hij in 1918 overleed aan de Spaanse griep. Deze griep maakte in Nederland veel slachtoffers. Louis Ramakers (1900-1982), een getalenteerde tekenaar, leidde vervolgens het bedrijf tot diens sluiting in 1941.
1.) De namen met een streep eronder vertegenwoordigen de eigenaren van ateliers.
2.) Johannes Henricus Ramakers (1798-1874) werkte vanuit zijn atelier in Schinnen. De eerste generatie “Gebroeders Ramakers” Jan Willem, Jan Pieter em Frans Hubert, idem. Zie artikel "Eerste Jaren II, Gebroeders Ramakers I", geschreven op zaterdag 2 november 2013. In 1849 verhuiste Jan Willem Ramakers met zijn vrouw naar de Geenstraat in Geleen om vervolgens op 30 september 1851 te verhuizen met zijn inmiddels geboren oudste zoon Henri (25 juli 1851) naar het huis Maes aan de Leurstraat 4-6, toen Kerkstraat.
zondag 15 december 2013
Oprichter Jan Willem Ramakers, Beeldhouwer en zijn oeuvre (1851-1887)
Deel 1 1851-1860
Opmerking van de auteur
De keuze van 1851 tot 1887 heeft tot reden omdat de aanvang van beeldhouwactiviteiten aan de Leurstraat in Geleen in September 1851 begon en 1887 omdat op 25 maart 1887 de oprichter Jan Willem Ramakers overleed. Op deze manier kunnen we de hele oeuvre (zover bekend) behandelen van Jan Willem. Om het artikel leesbaar te houden wordt dit artikel verdeeld in een aantal delen. Informatie over Jan Willem kunt u lezen in eerder gepubliceerde artikelen. Na het overlijden van Jan Willem zetten zijn zonen Henri en Mathieu de zaak voort. Na hun overlijden in 1912 (Mathieu) respectievelijk 1925 (Henri) werd de zaak voortgezet door Louis, de laatste telg van het vier generaties durende beeldhouwersgeslacht.
Inleiding
Een chronologische lijst met kerkmeubilair en andere afgeleverde kunst en meubelstukken werken bestaat er niet, wat het vaststellen van een oeuvrelijst onmogelijk maakt. Dit is mede doordat instellingen gingen documenteren vanaf 1850. Hiervoor werd er nauwelijks gedocumenteerd. Tevens werden er werken van atelier Ramakers nauwelijks gesigneerd.
Dit houdt in dat er in archieven van kerken en kloosters gezocht moest worden. Deze instellingen hebben inmiddels voor een groot deel hun archieven verplaatst naar gecentraliseerde archieven. Dat wil zeggen dat gespecialiseerde, min of meer commerciele instellingen deze archieven onderhouden en beheren.
Echter een J.W. Ramakers & Zonen Beeldhouwers archief is er wel ooit geweest. Bij de ontruiming van het pand bij de verkoop in 1961 is 95% van het archief verloren gegaan. Dit betrof tekeningen, correspondentie, rekeningen etc. Indertijd was er blijkbaar geen belangstelling van het gemeente archief van Geleen om het archief over te nemen. Maar over het archief Ramakers wijd ik een apart artikel.
De volgende beeldhouwers en schrijnwerkers werken tussen 1851 en 1864 bij atelier Ramakers:
Geboortedatum Geboorteplaats
Dohmen, Jan Arnold 01-09-1811 Onbekend/Overl. op 25-11-1860
Maassen, Jan Jozef 05-06-1809 Schinnen
Baggen, Jan Antoon 04-02-1837 Geleen
Lemmens, Jan Martijn 05-03-1825 Geleen
Boijens, Jan Mattijs 10-02-1811 Geleen
Bron: Bevolkingsregister EHC Sittard-Geleen
Oeuvrelijst (zover bekend)
1850 Beek (Gld), St Martinuskerk
Preekstoel eikenhout. Dit monument is 6 meter hoog en is in neo-barokke stijl vervaardigd.
1851 Sittard, synagoge aan de Plastraat
Foto 19, tekening van een altaar gewijd aan het Heilig Hart van Maria (1883). Tekening in bezit van auteur
(klik op de tekening voor vergroting)
BeeldhouwersDe volgende beeldhouwers en schrijnwerkers werken tussen 1851 en 1864 bij atelier Ramakers:
Geboortedatum Geboorteplaats
Dohmen, Jan Arnold 01-09-1811 Onbekend/Overl. op 25-11-1860
Maassen, Jan Jozef 05-06-1809 Schinnen
Baggen, Jan Antoon 04-02-1837 Geleen
Lemmens, Jan Martijn 05-03-1825 Geleen
Boijens, Jan Mattijs 10-02-1811 Geleen
Bron: Bevolkingsregister EHC Sittard-Geleen
Oeuvrelijst (zover bekend)
1850 Beek (Gld), St Martinuskerk
Preekstoel eikenhout. Dit monument is 6 meter hoog en is in neo-barokke stijl vervaardigd.
Foto 20, preekstoel in neo-barok. Foto: Cultureel Erfgoed
(klik op de foto voor vergroting)
Foto 21, detailfoto preekstoel in neo-barok. Foto: Cultureel Erfgoed
(klik op de foto voor vergroting)
1851 Sittard, synagoge aan de Plastraat
Door de groei van de Joodse gemeenschap in Sittard was het noodzakelijk een nieuwe synagoge te bouwen. Voor de stitching van een fonds tot de opbouw van een nieuwe kerk ten dienste der Nederlands Israelisch Gemeente te Sittard, werd 31 januari 1843 een regelement ontworpen.
Op 19 maart verleende de gemeente Sittard een subsidie van 200 gulden en 22 juli 1851 heeft dan op het stadshuis de aanbesteding plaats.
Architect was Joh. Lamb. Lemmens uit Beek, die ook de synagoge in Maastricht ontwierp. De bouw van het gibbous werd gegund aan de aannemer Hub. Dolders voor een bedrag van 2.900 gulden. Het meubilair zou vervaardigd worden door Jan Willem Ramakers uit Geleen. De kerk was geinspireerd op de Sjoel in Maastricht, die ontworpen was door de stadsarchitect M. Hermans. Met groot feestvertoon vond op 16 september de opening plaats.
Foto 22, interieur van de synagoge aan de Plakstraat in Sittard
(klik op de foto voor vergroting)
H. Brigidakerk, na jarenlang verkeerde interpretatie in verband met een in een klassieke stijl gemaakte orgelkast het volgende: bij de jongste onderzoekingen is echter een ander contract met een meubelmaker ontdekt, waaruit eenduidig is af te leiden, dat de bestaande orgelkas ook uit 1851 is. Op dezelfde 2e juli 1851 werd namelijk door het kerkbestuur een contract getekend met de gebroeders Ramakers voor het vervaardigen van "eenen nieuwen eiken orgelkast." De specificatie bestaat uit twaalf punten. Kosten van de orgelkas: 600 franken. De orgelkast is nog aanwezig.
Foto 23, eikenhouten orgelkast uit 1851. Foto: Kerkgebouwen in Limburg
1851 Sweykhuizen, H.H. Dionysius en Odiliakerk
Het Oksaal is vervaardigd in 1851 door Jan Willem Ramakers. Het oksaal is 8 meter lang en 1 meter hoog. Het is wit gelakt en verguld hout. Het is een gebogen balustrade. Het is nog in de kerk aanwezig.
Foto 24, Sweykhuizen, Oksaal (1851). Foto: Kerkgebouwen in Limburg
Op 17 maart 1853 brandt het hoofdaltaar af. Nog in hetzelfde jaar werd er door atelier Ramakers een nieuw altaar geleverd dat 470 gulden kostte. Het altaar is vervangen voor een ander altaar in 1868. Er is geen afbeelding bekend.
1853 Mheer, H. Lambertuskerk
De orgeltrtibune is gemaakt door Jan Willem Ramakers uit Geleen voor 280 gulden. Het is nog aanwezig en werd in 1963 gereviseerd door de Firma Pereboom uit Maastricht.
Foto 25, Mheer, Orgeltribune (1853). Foto door auteur
(klik op de foto voor vergroting)
(klik op de foto voor vergroting)
1856 Berg en Terblijt, H.H. Monulphus en Gondulphuskerk
In 1856 vervaardigde Jan Willem Ramakers een nieuw hoogaltaar en twee zijaltaren in neo-barok voor de H.H. Monulphus en Gondulphuskerk in Berg en Terblijt voor een bedrag van 2.500 francs. In de ´30-er jaren van de 20e eeuw kocht pastoor Janssen van de H. Antonius van Paduakerk te Scharn deze jaren deze altaren voor zijn kerk met een orgeltje, preekstoel en communiebank voor 600 gulden. De kerk in Berg en Terblijt was reeds afgebroken. In 1965 is het barokke hoofdaltaar uit Terblijt omgebouwd tot Offeraltaar. De vier houten engeltjes die oorspronkelijk bij de zijaltaren van “de altaren van Berg en Terblijt” hoorden zijn ook nog te bewonderen. Delen van deze altaren schijnen in de huidige altaren te zijn verwerkt in de H.H. Donysius en Odiliakerk in Sweykhuizen. Van deze altaren zijn geen afbeeldingen bekend.
1857 Geleen, H.H. Marcellinus en Petruskerk
Een nota van atelier Ramakers uit februari van dat jaar luidt: “Een Mariabeeld (45 francs) zonder farven, dito als dat van Meeswijk“. Van dit Mariabeeld zijn geen afbeeldingen bekend.
zaterdag 23 november 2013
Historische achtergrond vanaf 1851 en concurrentie van wijd en zijd
Historische achtergrond vanaf aankoop van het pand (1851) aan de Kerkstraat, het huidige Leurstraat. In 1853 vindt er in Nederland de bisschoppelijke herverdeling plaats. Dit houdt feitelijk in dat het katholicime, in de Noordelijke Nederlanden, sinds de reformatie weer beoefend worden kan. Het katholicisme was immers sinds de reformatie in de 16e eeuw clandestien. Voor meer informatie over dit onderwerp, zie link: http://nederlandskatholicisme.ruhosting.nl/GNK/1517-1648reformatie.html. Voor 1853 was Nederland voor de Heilige stoel een missiegebied (Missio Hollandica) met als hoofd een Apostolisch Vicaris. In 1853 wordt Nederland, laten we zeggen, verdeeld in 6 kerkelijke provincies, te weten: het aartsbisdom Utrecht, met de bisdommen Groningen, Haarlem, Breda, ´s-Hertogenbosch, Breda en Roermond. Dit betekende dat de weg geplaveid werd voor het bouwen van nieuwe kerken in Nederland. Met als gevolg dat vanaf dat moment dat er behoefte ontstond naar Katholieke kerkgebouwen en kerkelijke interieuren. In Nederland ontstonden er diverse ateliers voor kerkelijke kunst maar toch was het hoofdzakelijk een “Zuidelijke” aangelegenheid. In de Zuidelijke Nederlanden werden er katholiek missen gevierd in kerken met prachtige kleurijke altaren en Heilig beelden, terwijl in de Noordelijke Nederlanden de Protestantse kerken zeer "Calvinistisch" aangekleed waren. Katholicisme werd gedoogd maar "ondergronds" in schuilkerken. Dat veranderde in 1853. In het kader van de kerkelijke kunst, volgen hier de ateliers die concurrerend waren voor Atelier J.W. Ramakers & Zonen Beeldhouwers, Geleen.
In de eerste helft van de 19e eeuw waren in de meeste steden wel steen- of marmerwerkers, schrijnwerkers of beeldhouwers gevestigd. Schrijnwerkers, in veel gevallen meubelmakers, waren in de meerderheid. Vanuit Duitsland waren er een aantal beeldhouwers (voor kleine productie) duidelijk gericht op de Nederlandse markt. Enkele namen zijn: Franz (1820-1898) en Johann Teodor Stracké (1817-1891). De vader van de gebroeder Stracké was beeldhouwer en in Berlijn gewerkt en had Arnhem in 1842 als woonplaats gekozen. Kaspar Roskam werkte in Amsterdam en Rotterdam. Naast religieus werk maakte hij ook ornamenten, ook neogotische voor verschillende architecten. In Noord-Brabant waren er verschillende schrijnwerkers kerkmeubilair aan het vervaardigen. Medio 18e eeuw waren er in Uden de beeldhouwers Petrus Verhoeven en zijn zoon Jan Verhoeven (1729-1816) aan het werk. In Eindhoven waren er enige ateliers werkzaam, verbonden aan familierelaties. Johannes Matthijs Kluytmans (1830-1910) werkte aanvankelijk met zijn grootvader Josephus Custers (1773-1867). Het atelier Custers was een grote werkplaats met veertig á zestig werknemers welke zeer veel opdrachten had. Dan waren er Hendrikus Koenen met drie zonen en Peter Brams en zijn zoon Antonius. Jacobus Beuijssen (1809-1885) uit Boxmeer had al rond 1840 een behoorlijke krantenkring. Deze kunstenaar uit Boxmeer opperde al het idee om kerken te restaureren in plaats van te vernieuwen. In Cuijk waren de meubelmakers Smits, gevestigd sinds 1825, op de kerkmeubilair en beelden overgestapt. Deze had een dependance in Amsterdam. In Den Bosch waren in 1850 reeds 11 beeldhouwersfirma´s werkzaam, van oorspronkelijke schrijnwerkers: Petrus Laffertée (1802-1872) en zijn broer Jacobus; de gebroeders Jan, Gerard en Gijsbertus Goossens uit St. Michelsgestel; Frans Donkers (1821-1877). Jan Toon van der Ven uit De Mortel (Gemert). Hij verwierf opdrachten van Koning Willem II en van de Kathedraal in Den Bosch. Steven Louis Veneman ; Jan Bolsius (1824-1919); Hendrik van der Geld (1838-1938) uit Elshout en Frans Kuipers. Veneman had als restaurateur van de St. Jan (kathedraal) in Den Bosch 60 beeldhouwers, ornamentaten, schrijnwerkers en timmerlieden in dienst. Bron: proefschrift van Dr. L.H.H.M. Schiphorst <“een toevloed van werk, van wijd en zijd” 170-172>.
Naast deze oudere ateliers had de firma Ramakers ook stevige concurrentie te geduchten van andere bekende ateliers zoals Te Poel en Stoltefus, Den Haag, Gebr. Margry en Snickers, Rotterdam en het atelier van de uit Keulen (D) afkomstige Friedrich Wilhelm Mengelberg vanaf 1872 woonachtig in Urecht. Maar de grootste deel van de taart werd afgesnoept door het atelier van Cuypers/Stolzenberg te Roermond (1852-1947). Aan het einde van de 19e eeuw waren er ontelbare ateliers voor kerkelijke kunst. Ondanks deze op oog zijnde grote concurrentie wist atelier Ramakers een goede afzetmarket te realiseren (nationaal en internationaal). Dit werd reeds gerealiseerd door de oprichter Jan Willem Ramakers (1820-1887) maar deze zouden nog veel verder worden uitgebreid door zijn twee zoons Jan Hendrik (Henri, 1851-1925) en Pieter Matthijs (Mathieu, 1860-1912). Maar hier kom ik in latere artikelen op terug.
Foto 18: Atelier van Cuypers & Stolzenberg in Roermond gebouwd in 1853
(klik op de foto voor vergroting)
Abonneren op:
Posts (Atom)


+Preekstoel+III.jpg)
+Preekstoel.jpg)



